Puntsgewijs overzicht politieke geschiedenis Portugal na de Anjerrevolutie
25 april 1974 staatsgreep (´Anjerrevolutie´) door de ´Movimento das Forças Armadas´ (MFA). Vorming ´Junta de Salvação Nacional´ o.l.v. generaal António de Spinola.
Spinola in mei 1974 benoemd tot President. Treedt af in september wegens de zijn inziends te linkse politiek van de MFA. Francisco da Costa Gomes wordt President (tot 1976).
Spinola betrokken bij een mislukte rechtse staatsgreep in maart 1975. Daarna volgt een ruk naar links. Circa 50% van de economie, waaronder alle banken, komt in handen van de staat.
De communistische koers van de MFA gesteund door de communisten (PCP) heeft tot reactie een overwinning van de gematigde socialisten van Mário Soares bij de verkiezingen van april 1975.
In november 1975 is er een mislukte couppoging door linkse militairen.
Op 25 november bezetten troepen van Lt. Kolonel Eanes de kazernes van de links-radicale militairen en de noodtoestand wordt uitgeroepen.
2 april 1976 (socialistisch getinte) Grondwet. Mário Soares wordt in juli van dat jaar premier (tot augustus 1978). Later, in 1982 en 1989, zal de Grondwet worden aangepast en worden ontdaan van de typisch socialistische elementen en wordt de macht van de President ingeperkt.
In hetzelfde jaar 1976 wordt de militair António Ramalho Eanes de eerste Portugese President die door directe verkiezingen wordt verkozen. Hij maakt twee termijnen vol, tot 1986, het jaar dat Portugal toetreedt tot de Europese Unie.
Bij de vele opeenvolgende premierschappen na 1976 verdient dat van Francisco Sá Carneiro, oprichter van de PPD/PSD, de voorganger van de huidige Partido Social Democrata, PSD, speciale vermelding. Hij was nl. maar 11 maanden premier, van januari tot december 1980, toen hij bij een door sabotage veroorzaakte vliegtuigcrash om het leven kwam. De precieze toedracht is tot op heden nooit opgehelderd.
In de periode van twaalf jaar van de revolutie van 1974 tot aan 1986, waren er uiteindelijk maar liefst twaalf premiers. De langste periode was die van Soares met twee jaar, 1976-1978. Eind 1985 komt er een einde aan deze instabiele periode met het aantreden van premier Cavaco Silva.
In november 1985 treedt sociaaldemocratische premier Cavaco Silva aan die kan steunen op een meerderheid van zijn partij in het parlement. Hij zal maar liefst tien (!) jaar in functie blijven, tot aan oktober 1995. Dit was de stabiele periode van groei en convergentie met de overige EU-lidstaten, na de toetreding van Portugal tot de Europese Gemeenschappen in 1986. (Het in die tijd opgebouwde krediet zal in hoge mate bijdragen aan zijn latere verkiezing, in 2006, tot President van de Republiek).
Cavaco Silva heeft als premier een niet altijd gemakkelijke ´cohabitatie´ met de in 1986 tot President gekozen socialistische voorman Mário Soares. Soares zal twee termijnen volmaken, tot 1996, wanneer hij zal worden opgevolgd door de socialistische burgemeester van Lissabon, Jorge Sampaio. Deze maakt op zijn beurt twee termijnen vol, tot hij in 2006 wordt opgevolgd door ex-PSD-premier (inmiddels partijloze) Cavaco Silva.
De socialistische premier Guterres volgt PSD-premier Cavaco Silva op in oktober 1995. Hij geeft er in 2002, halverwege zijn tweede termijn de brui aan na voor de PS slecht verlopen gemeenteraadsverkiezingen. Gedurende zijn regeerperiode begint Portugal economisch uit de pas te lopen met de rest van de EU-15.
José Manuel Durão Barroso treedt in begin 2002 aan aan het hoofd van een coalitie van zijn PSD en de veel kleinere partner CDS/PP (christendemocraten/volkspartij) van Paulo Portas. Hij geeft een aanzet tot economische hervormingsmaatregelen, maar niet genoeg.
Begrotingstekorten van meer dan 3% die onder het Stabiliteits- en Groeipact door Brussel niet zijn toegestaan, worden cosmetisch weggewerkt met zogenaamde ´one-off´maatregelen.
In de zomer van 2004 vertrekt Barroso onverwacht en tegen de zin van velen in de PSD naar Brussel. Na veel wikken en wegen gaat President Sampaio accoord met de vervanging van Barroso door Pedro Santana Lopes, de niet als erg serieus bekend staande PSD-voorman en burgemeester van Lissabon. De President had ook het recht gehad om nieuwe verkiezingen uit te schrijven bij het vertrek van de zittende premier.
Nadat Santana Lopes het een paar keer te bont heeft gemaakt, besluit President Sampaio in december 2004 om toch alsnog verkiezingen uit te schrijven.
In februari 2005 wint de PS onder leiding van José Sócrates de verkiezingen glansrijk. Voor het eerst hebben de socialisten de absolute meerderheid in het parlement. Sócrates´ overwinning wordt algemeen gezien als een hang van het electoraat naar stabiliteit. De periode sinds het tweede kabinet Guterres tot en met Santana Lopes deed de Portugezen teveel denken aan de tijd van vóór het premierschap van Cavaco Silva.
Sócrates zet, gesteund door een absolute meerderheid in het parlement en een strakke partijdiscipline, een rigoureus herstelbeleid in, met de zogenaamde ´Lissabon-strategie´ als leidraad.
Sócrates wordt gesteund in zijn maatschappelijk en economisch hervormingsbeleid door de inmiddels in het voorjaar van 2006 als partijloze kandidaat tot President gekozen ex-premier Cavaco Silva.